Interview met Fien Leysen

Hoe bereid jij je voor op een optreden?
Vaak loop ik voor de voorstelling wat zenuwachtig rond op de scène, met de plotse angst dat ik mijn tekst zal vergeten. Meestal zet ik dan een beetje muziek op, om even tot rust te komen.

Wat is je favoriete moment uit dit optreden?
'Wat (Niet) Weg Is' is een heel persoonlijke voorstelling, over het verlies van mijn vader. De momenten waarop ik zijn stem laat horen of beelden toon uit mijn familie-archief, zijn voor mij de meest confronterende maar ook fijne momenten uit de voorstelling. Na afloop ga ik als eerste aan de deur staan en zo zie ik alle toeschouwers nog even wanneer ze naar buiten gaan. Dat is misschien mijn tweede favoriete moment van dit optreden; de reacties en ontmoetingen nadien.

Wat is het ergste dat ooit al fout is gelopen?
Ik speelde ooit op locatie in een kelderruimte. Daar is toen wel wat misgelopen. Op dag 1 zat er plots een duif in de kelder. Op dag 2 schreef een toeschouwer met een stiftje op de tafel (in haar hokje). Omdat ze dacht dat de inkt van het stiftje uitwisbaar was, maar die dient net om iets permanent te overschrijven. Dankzij een schuurmachine kregen we de inkt nog net uit het hout. Op dag 3 liep de kelder even onder water. Maar gelukkig was er niets beschadigd. De warme reacties achteraf maakten echter alle blunders weer goed. Gelukkig is er ook altijd een geweldig team aan techniekers om me te helpen.

Wat inspireert jou? Welk boek, muziek, optreden… en waarom?
Met de voorstelling hoop ik een beetje troost te kunnen bieden. Zelf vind ik die troost ook vaak in theater. Maar zeker ook in muziek en in literatuur. Het werk van J. D. Salinger is voor mij altijd een grote inspiratiebron geweest. De muziek van Ben Howard en Bon Iver vind ik enorm troostend; een combinatie van prachtige teksten en zachte stemmen. In theater vind ik die inspiratie zowel in voorstellingen als in samenwerkingen. Ik kijk enorm op naar de theaterproducties van gezelschap BERLIN. Integere en inspirerende mensen om mee samen te werken, en ze maken ijzersterke voorstellingen. Het afgelopen jaar maakte ik een nieuwe voorstelling bij Het nieuwstedelijk, een warm gezelschap waar ik veel van mocht leren. De mensen die ik onderweg tegenkom zijn misschien wel de grootste inspiratiebron.

Wat zou je geworden zijn, indien er geen artistieke carrière voor je was weggelegd?
Ik heb eerst Taal- en Letterkunde gestudeerd aan de Universiteit van Antwerpen. Daar was ik na de masteropleiding aan een doctoraat begonnen over Samuel Beckett. Een groot deel van het werk was het digitaliseren van zijn manuscripten. Leuk werk, en aangename collega’s. Maar al snel had ik door dat ik zelf wilde schrijven en maken. Na 8 maanden stopte ik met het doctoraat en deed ik bij verschillende Vlaamse drama-opleidingen de toelatingsproef. Af en toe denk ik nog aan de parallelle weg. Als ik niet gestopt was, had ik nu wellicht een doctoraat afgerond, en wachtte mij misschien een academische carrière. Toch was stoppen voor mij de beste keuze die ik ooit gemaakt heb. Mijn mentor/promotor bij wie ik doctoreerde was teleurgesteld, en erg geschrokken, maar hij zei me nog: “als theater is waar je hart ligt, dan moet je dat doen.” Daar ben ik hem nog steeds heel dankbaar voor.